
Het begrip tijdgeest koppelen aan een specifiek jaar heeft iets geforceerds. Het kan eigenlijk niet, want de vage aanduiding tijdgeest staat per definitie voor een niet scherp af te bakenen periode. Toch is gekozen voor het jaar 1933, omdat hiermee in één klap duidelijk wordt waarop de focus ligt: de opkomst van het nationaalsocialisme in Duitsland.
1933 – na een lange aanloop wordt Adolf Hitler op 30 januari rijkskanselier in een land met 6,2 miljoen werklozen. De in 1932 nog verboden bruinhemden van de SA beginnen met hun willekeurige terreur, op verbijsterende wijze gesteund door de overheid. In zijn boek 1933 geeft Philip Metcalfe een onthutsend beeld van dit eerste jaar van het nieuwe regime. Hier valt te lezen hoe de dochter van de Amerikaanse ambassadeur de tijdgeest niet kan weerstaan en ‘zich één voelt met de tienduizenden jonge mensen in Duitsland die een nieuwe wereld voor zich zagen oprijzen en zich erover verheugden er deel van te mogen uitmaken.’ Vrijwillige werkkampen, het begin van de aanleg van de Autobahn, de mouwen opgestroopt met nieuw elan. Het bleek voor haar geen probleem om de terreur af te doen als ‘betreurenswaardige, maar te verwaarlozen wanklanken in de grote symfonie van de nationale wedergeboorte.’ Tijdgeest kan verblinden.
Twee van de werken die het Concertgebouworkest deze week speelt, zijn direct met dit jaar verbonden: Bartóks Tweede pianoconcert ging precies een week voor Hitlers machtsovername in Frankfurt in première, Hindemith begon vijf maanden later aan zijn nieuwe opera Mathis der Maler. Beide passen in de nieuwe tijdgeest na de modernistische jaren twintig: ze representeren een terugkeer naar een wat toegankelijker idioom. Tegelijkertijd raken beide ‘modernistische’ componisten hoe langer hoe meer verstrikt in de draden van het naziweb met hun uiteindelijke vlucht tot gevolg.
In 1931 had de wereldberoemde dirigent Toscanini als antifascist Italië moeten verlaten. Geschokt door dit onvoorstelbare feit, roept Bartók op een wereldorganisatie ter bescherming van de vrijheid van de kunsten op te richten. Als lid van het ‘Comité Internationale de Coopération Intellectuelle’ is hij in juli 1931 bij de bijeenkomst van de Volkerenbond in Genève. Hij discussieert er uitgebreid met schrijver en Nobelprijswinnaar Thomas Mann. Later zal hij spreken van het ‘Räuber und Mördersystem’ en hoe hij zich schaamt te behoren tot de klasse van de ontwikkelde Hongaren ‘die fast ausschlieβlich dem Nazi-System ergeben sind’. Met de moed der wanhoop vertrekt hij in 1940 naar de VS.
Hindemith is een geval apart: met het artikel ‘Der Fall Hindemith’ op de voorpagina van de Deutschen Algemeinen Zeitung in november 1934 nam de dirigent Wilhelm Furtwängler het voor de componist op. Het mocht niet baten, zoals u verderop in dit boekje kunt lezen. Goebbels veroordeelt Hindemith in een grote stadionrede. De partituur van Mathis der Maler ging in het Derde Rijk ondergronds, een symbool van innerlijke weerstand. Hindemith zelf vertrok.
Wat houdt het begrip tijdgeest in en hoe wordt dat bepaald? Zijn er inderdaad verbanden te leggen tussen de huidige opkomst van het populisme en het strijdbare optimisme van de dertiger jaren, zoals Rob Riemen beweert in zijn boek De eeuwige terugkeer van het fascisme? Wat betekent tijdgeest voor de kunsten, toen en nu? Samen met het Stedelijk Museum organiseert het Concertgebouworkest het vrijdagmiddagprogramma Confrontaties. Hierin zal onder meer kunstenares Sara van der Heide aan het woord komen en haar werk tonen. Zij schildert sinds het kabinet Rutte aantrad op 14 oktober 2010 als daad van verzet dagelijks een Hollands kabinet. Ook te gast zijn Ann Demeester, directrice van het Kunstencentrum De Appel en componist Detlev Glanert. Zijn compositie Theatrum bestiarum is duister en woest en ‘onderzoekt gevaarlijke dromen en wensen, met een onaangename bijsmaak’ . Het beest in de mens wordt u voorgeschoteld, in dit geval als aanklacht tegen een ander totalitair systeem, de sovjetdictatuur.
Het programma Zeitgeist 1933 wordt geopend met een lezing in SPUI25 over Stefan Zweig naar aanleiding van de boekverbranding op 10 mei 1933 voor het operagebouw in Berlijn. Er werden die nacht na een vurige redevoering door Goebbels ongeveer 20.000 boeken verbrand. ‘ Nog nooit eerder hebben jonge mensen zozeer het recht gehad , het puin van het verleden uit de weg te ruimen’ , aldus Goebbels.
Tot slot wijzen we u graag op het eenmalige concert van de Ebony Band in het Muziekgebouw aan ‘t IJ. Hier hoort u muziek die niet gehoord mocht worden: Eisler en Weill vluchtten in 1933, Wolpe in 1934, Schulhoff kwam in 1942 om in een concentratiekamp.
Hans Ferwerda
Klik hier voor het volledige programma van Zeitgeist 1933