Klank en Kleur – sept. 2010

1911 – in het jaar dat Mahler sterft, ontmoet Arnold Schönberg de Russische schilder Wassily Kandinsky. Paul Klee wordt heen en weer geslingerd tussen zijn muzikale en schilderkunstige talenten. De kunstenaarskring Der blaue Reiter lanceert zijn eerste tentoonstelling (met drie schilderijen van Schönberg) en in Moskou beleeft Skrjabins Prometheus, Poem of fire, bedoeld om met lichtorgel te worden uitgevoerd, zijn première.
De wisselwerking tussen muziek en beeldende kunst, tussen klank en kleur, was nooit zo sterk als in deze tijd. De pioniers van de moderne schilderkunst lieten zich inspireren door de muziek om zich te bevrijden uit de banden van de figuratieve kunst, de natuurimitatie. Is het toeval dat een jaar tevoren de International Psychoanalytical Association was opgericht? Dat Freud en Jung doordrongen in diepere lagen van de menselijke geest en de kracht van het onderbewuste  onderkenden?
Zowel de beeldende kunst als de muziek ondergaan een transformatie waarbij de zoektocht naar de essentie voorop staat. Bij de een leidt dit tot een explosie van orkestrale kleuren, bij de ander tot een totaal loslaten van het vormende principe van de tonaliteit. Interessant daarbij is te zien hoe Duitse, Russische en Franse reactie hierin verschillen. In de eerste aflevering van AAA staat deze doorbraak van de moderne kunst centraal tot aan de huidige stroming van het  spectralisme aan toe.  Het Architectuur Instituut Amsterdam gaat in op de relatie tussen muziek en ruimte.

Het oorspronkelijke wezen van de kleur
is een dromerig klinken,
is tot muziek geworden licht
(Johannes Itten)


Switch to our mobile site

Featuring Recent Posts WordPress Widget development by YD