Hindemith: Mathis der Maler

De overwinning op de demonen
Elk deel van Paul Hindemiths Symfonie ‘Mathis der Maler’ is de muzikale weergave van een van de panelen van het Isenheimer Altaar van Matthias Grünewald in Colmar. De benaming ‘symfonie’ is echter zorgvuldig gekozen. Hindemith grijpt terug op de klassieke vormenwereld, en meer dan in zijn vroegere werken bestaat er een hoorbare balans tussen de verschillende toonsoorten.
In de introductie van het eerste deel (Engelkonzert, gebaseerd op het paneel van de geboorte van Christus, waarbij engelen muziek maken) citeert hij het oude Duitse volksliedje Es sungen drei Engel. Verderop in het deel keert de melodie meer dan eens terug, steeds verwerkt in het stemmenweefsel. Het korte maar zeer aangrijpende tweede deel (Grablegung) weerspiegelt de schildering op het voetstuk van het altaar, waar Jezus ten grave wordt gedragen door Johannes, Maria en Maria Magdalena. Aan het slot van de opera is het het boerenmeisje Regina dat in het atelier van Mathis sterft nadat haar vader, een boerenleider, is gesneuveld. Mathis lijkt de kunst dan vaarwel te zeggen.
Het begin van het derde en langste deel (Versuchung des heiligen Antonius) heeft een laat-mahleriaanse, zelfs diabolische sfeer en gaat terug op de voorlaatste scène uit de opera. Mathis raakt bij het afbeelden van de demonische verzoekingen van de heilige Antonius zozeer door zijn onderwerp gegrepen dat hij zelf ten prooi dreigt te vallen aan diens visioenen. De schilder weet de verleidingen echter te weerstaan. Uiteindelijk, als op een klein orgel, klinkt in de houtblazers de gregoriaanse hymne Lauda Sion salvatorem, die overgaat in een triomfantelijk ‘Alleluja’ van het koper, als een bevestiging van de onuitputtelijke macht van God en de Kunst.
Onno Schoonderwoerd


Switch to our mobile site

Featuring Recent Posts WordPress Widget development by YD