
Vanaf de oprichting in 1974 is Reinbert de Leeuw vaste dirigent van het Schönberg Ensemble, tegenwoordig Asko|Schönberg. Daarnaast dirigeert hij ook een groot aantal andere ensembles en symfonieorkesten in binnen- en buitenland, o.a. het
Koninklijk Concertgebouworkest en het Rotterdams Philharmonisch Orkest. In het seizoen 1995/96 wijdde het Concertgebouw de Carte Blanche-serie geheel aan hem. Hij dirigeerde diverse producties bij De Nederlandse Opera en de Nationale Reisopera. Producties die onder zijn leiding hebben plaatsgevonden zijn o.a. Strawinsky (Rake’s Progress), Andriessen (Rosa, a Horse Drama, Writing to Vermeer en La Commedia), Ligeti (Le Grand Macabre) en Vivier (Rêves d’un Marco Polo).
Reinbert de Leeuw was gedurende drie seizoenen verbonden aan het Sydney Symphony Orchestra als artistiek adviseur voor de series moderne en hedendaagse muziek. In 1992 was hij artistiek directeur van het Aldeburgh Festival en van 1994 tot 1998 was hij in die functie verbonden aan het Tanglewood Festival voor hedendaagse muziek in de Verenigde Staten. Tot voor kort was hij artistiekleider van het Nationaal Jeugd Orkest.
Hij ontving diverse prijzen en onderscheidingen voor zijn baanbrekende werk. In 1994 werd hem een eredoctoraat van de Universiteit Utrecht uitgereikt en in augustus 2004 werd hij aangesteld als hoogleraar aan de Universiteit Leiden. In 2008 is hij onderscheiden met de Ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw.
Reinbert de Leeuw ontving diverse Edisons, waaronder in 2007 voor de ‘Schönberg Ensemble Edition’, een uitgave van 25 cd’s en dvd’s ter gelegenheid van het 30-jarig jubileum van het Schönberg Ensemble, en in 2008 voor de CD ‘Im wunderschönen Monat Mai’ met Barbaba Sukowa en het Schönberg Ensemble.

