Mahlers Zevende symfonie gaf de aanleiding tot het vierde AAA thema: De Nacht. De twee Nachtmusiken (deel 2 en 4) vormden het uitgangspunt voor wat Mahlers meest controversiële werk werd. Alma Mahler sprak van ‘Eichendorff-isch visions’ en het is zonder meer duidelijk dat Mahler zich liet inspireren door het romantische nachtbeeld dat in de negentiende eeuw door dichters als Eichendorf en E.T.A. Hoffmann subliem werd verwoord. De nacht met zijn twee kanten: van kalmte en innerlijke rust, maar ook van de duistere en bovennatuurlijke krachten. De nacht van de nachtmerrie, die een plaats lijkt te krijgen in Mahlers spookachtige scherzo. Het is de vraag of we de nacht nog kunnen kennen zoals die vroeger was, daar lijkt tegenwoordig een actiegroep voor nodig (www.laathetdonkerdonker.nl).
Waar de nacht nu vooral gezien wordt als uitgaansvertier, getuigen talloze liederen van de intimiteit van de vaak eenzame mens in de nachtelijke natuur. Gelukkig weet menig hedendaagse componist zich nog geïnspireerd door de ambivalentie van de nacht.
Eeuwenlang waren het de monniken die de nacht trotseerden en koude donkere kloosterkerken vulden met het Gregoriaanse nachtgebed. Voor eenmaal zal hun zang het nachtelijke Concertgebouw bezweren.

