Confrontaties Verlos ons!

Het vrijdagmiddagprogramma Confrontaties draait op 12 oktober om drie gasten: schrijver, dichter en essayist Willem Jan Otten, beeldend kunstenaar Gijs Frieling en componiste Calliope Tsoupaki. Bij ieder van hen is sprake van een kunst die zich op een bijzondere manier verhoudt tot religie. Hans Ferwerda zal het gesprek tussen de drie kunstenaars leiden.

 

 

Willem Jan Otten opent de middag met een lezing waarin hij onder andere zal ingaan op de rol van het kind als verlosser van de volwassene. Een thema dat in diverse kinderboeken en films voorkomt.  Hij heeft een veelzijdig oeuvre op zijn naam staan: hij schrijft poëzie, verhalend proza, toneel, kritieken en essays; zijn meest recente bundel is Gerichte gedichten, uit 2011. Behalve poëzie schreef Otten jarenlang artikelen en beschouwingen, die verschenen in uiteenlopende tijdschriften. Verder was hij een tijdlang als toneel- en muziekcriticus verbonden aan Vrij Nederland. Naar aanleiding van zijn bekering tot het katholieke geloof publiceerde hij in 1999 Het wonder van de losse olifanten, een rede tot de ontwikkelden onder de verachters van de christelijke religie. In hetzelfde jaar ontving hij de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre. In 2004 verscheen zijn roman Specht en zoon, die werd bekroond met de Libris Literatuurprijs 2005. Otten schreef diverse essays over de relatie tussen kunst en geloof, o.a. in Onze Lieve Vrouwe van de Schemering. Essays over poëzie, film en geloof uit 2009. Momenteel is hij gastschrijver aan de Universiteit van Leiden. Zijn lezing zal volgende week op dit weblog worden gepubliceerd.

Beeldend kunstenaar Gijs Frieling geeft een presentatie van zijn werk. In de afgelopen jaren heeft hij een volstrekt eigen positie in de schilderkunst ingenomen. Hij wordt geïnspireerd door uiteenlopende bronnen, zoals volkskunst en christelijke iconografie. Hij maakt vooral schilderijen en (tijdelijke) muurschilderingen.

‘In eerste instantie was het schilderen op muren vooral een manier om groot te kunnen werken en om controversiële, vaak religieuze onderwerpen te schilderen zonder dat het voor de eeuwigheid hoefde te zijn. De laatste jaren wil ik dat ze een directe relatie met de ruimte aangaan. De schilderingen verhouden zich daarom steeds meer tot de plinten, deurposten en kozijnen van een ruimte. Het zijn ornamentele schilderingen van planten, dieren, kolommen en strikken die enerzijds de bestaande architectuur bevestigen en tegelijkertijd de gehele ruimte van sfeer veranderen. Ik probeer in mijn werk alle dingen waarvan ik houd bij elkaar te brengen in een grote samenhang. Door werken van anderen opnieuw te maken worden ze van mezelf en kan ik er vrij mee omgaan.’

‘Ik geloof dat de sfeer in een tentoonstelling het belangrijkste is, ik wil dat mensen zich welkom voelen en alles rustig kunnen bekijken, tegelijkertijd wil ik een gevoel van onuitputtelijkheid oproepen. Mijn werk is een poging om de ontwikkeling van de schilderkunst als een eenheid voor te stellen waarbinnen de verschillen tussen decoratieve schilderkunst, volkskunst, religieuze schilderkunst, “hoge kunst” en avant garde slechts contextueel zijn.’

Page 1 of 2 | Next page